G. Kramer & Zonen B.V. is de grootste zuurkoolproducent van Nederland. Het bedrijf is net zo gezond als het product dat het maakt. Gert Kramer, de eerste in de reeks van vijf generaties, legde 125 jaar geleden de basis voor Kramer ‘s Zuurkool. Elke generatie kreeg te maken met telkens nieuwe uitdagingen, maar de passie voor het ambacht is sinds 1890 hetzelfde gebleven.

Eerste generatie
In 1890 begon Gert Kramer (†1919), samen met twee compagnons (Arends en Kooij), met het inmaken van witte kool in de schuur achter zijn huis. Dat deed hij uit praktische overwegingen. Net als zijn compagnons was hij groenteschipper en verkocht hij Langedijker kool, zuurkool, uien en wortelen op de Amsterdamse markt. De zuurkool, die werd aangevoerd in oxhoofden (houten vaten van ruim 200 liter) en die de deklast van het schip vormde, werd altijd te laat aangeleverd door de fabrikant. Hierdoor voer hij te laat af naar de Amsterdamse markt, die om twee uur s’ nachts begon. En bovendien schoot zijn nachtrust erbij in. Hij werd het beu en besloot toen zelf aan de slag te gaan, in de schuur achter zijn huis.

Het eerste jaar was pionieren en verre van eenvoudig. De kool werd met de hand gesneden op een koolschaaf, vervolgens in houten ‘staanvaten’ ingemaakt en na het voltooide fermentatieproces werd de zuurkool in de oxhoofden verpakt. De winter van 1890 was zeer streng en vanwege het ijs lag het transport met de zeilschepen drie maanden lang stil. Ondernemen is creatief zijn, dus werden de oxhoofden met zuurkool over de bevroren sloten en kanalen gerold, tot het spoorwegstation in Heerhugowaard, om verder te worden getransporteerd per trein. Vier kilometer rollen en achter elk vat een man!

Toen de schuur achter het huis te klein was geworden, werd een fabriek gebouwd op de huidige locatie aan de Voorburggracht 141 te Zuid-Scharwoude. Erg winstgevend was het niet, wel hard werken. Na drie jaren, toen duidelijk werd dat Gert het wel alleen kon redden, traden zijn compagnons terug.

De eerste mechanisatie was een koolsnijmachine die werd aangedreven door een rosmolen, waarbij een paard in de rondte liep. Al snel werd een gasmotor aangeschaft, die in 1909 werd vervangen door een petroleummotor.

Tweede generatie
Cees (†1942), Jan (†1947) en Klaas (†1971) Kramer namen het stokje van vader over en met hun komst groeide het bedrijf gestaag. Deze periode werd benoemd als ’de gelukkige vooroorlogse jaren’. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was het met de rust gedaan en brak een turbulente periode aan. Zuurkool kwam in de distributie, waardoor de consumptie sterk groeide en er was veel vraag naar zuurkool en gezouten groenten, vanuit Duitsland en Engeland. Om de neutraliteit te handhaven had de Nederlandse regering contracten afgesloten met beide landen. Er waren destijds vele speculanten die succesvol opereerden, maar Gert Kramer en zijn zonen speculeerden niet. Zij namen genoegen met de regeringscontracten tegen vaste prijzen. Zodoende ontkwamen de Kramers aan ‘de ramp van de vrede’, zoals de speculanten het einde van die oorlog noemden. Zij verloren namelijk alles wat ze eerst met speculatie hadden verdiend.

De productie van zuurkool is seizoensgebonden en om de medewerkers ook in de periode van 1 april tot 1 augustus in dienst te kunnen houden, werd in 1926 begonnen met de productie van aardappelkisten. De crisisjaren, tussen 1929 en 1940, waren ook voor Kramer & Zonen B.V. magere jaren. Met moeite kon het bedrijf zijn hoofd boven water houden en het perspectief was slecht. De directeur van de toenmalige Twentsche Bank bood Klaas aan om bij hem te komen werken. De man schudde meewarig zijn hoofd toen Klaas verkoos om door te gaan met de zuurkool en de kisten. Toen het bedrijf 50 jaar bestond, werd begonnen aan een forse uitbreiding van de fabriek. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de bouw weer stilgelegd.

Derde generatie
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog maakte Nic Kramer (†2000), de zoon van Klaas, zijn entree in het bedrijf. Tijdens de oorlogsjaren bleef zuurkool buiten de distributie, maar het koolaanbod was groot en er kon veel zuurkool geproduceerd worden. De witte kool werd namelijk toegewezen op basis van de koolaankopen van de drie laatste vooroorlogse jaren. Hierdoor bleef 90% van de kool in Nederland. Daarbij was er een sterke uitbreiding van de koolteelt tijdens de oorlogsjaren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd dus veel zuurkool geproduceerd voor de Nederlandse bevolking, maar de zorgen om het bedrijf en het transport op gang te houden waren er niet minder om. Er was immers gebrek aan alles.

Na de oorlog werd het gehele productieproces gemoderniseerd. De derde generatie Kramer stond voor de opdracht om aan het front van de ontwikkelingen te blijven door te mechaniseren, te industrialiseren en te voldoen aan de eisen van milieu, kwaliteit en hygiëne. De verpakkingen werden vernieuwd: de houten vaten werden vervangen door plastic vaten en de kleinverpakkingen werden ontwikkeld. Werd zuurkool tot dan toe alleen in houten vaten verkocht via de groentehandel, vanaf de zestiger jaren werd zuurkool steeds meer verkocht in zakjes van 500 gram via het grootwinkelbedrijf.

Met de ruilverkaveling, tussen 1960 en 1970, werden de belangrijkste vaarwegen in Langedijk gedempt en sindsdien wordt de kool niet langer via waterwegen, maar via asfaltwegen bij Kramer aangeleverd.

Vierde generatie
In 1987 trad Nic Kramer terug om plaats te maken voor zijn zonen Piet en Frans Kramer: de vierde generatie. Deze generatie werd geconfronteerd met een enorme afname van het aantal groentespeciaalzaken en steeds groter wordende supermarktorganisaties. Door de introductie van het internet en de digitale communicatie met de klant, werd de afstand tot het buitenland kleiner en de zuurkoolmarkt groter. “Nieuwe ontwikkelingen betekenen nieuwe uitdagingen en kansen”, zegt directeur Piet Kramer, die erop toeziet hoe in de koolcampagne, van augustus tot en met december, per week ruim duizend ton witte kool wordt verwerkt tot zuurkool en hoe per jaar 24 miljoen zakjes zuurkool van de band lopen. Toen hij begon waren er nog 15 zuurkoolfabrieken in Nederland, maar door de schaalvergroting zijn deze praktisch allemaal samengevoegd of verdwenen. De groei moet de laatste jaren worden gezocht in de export. Zo vindt de Langedijker zuurkool steeds vaker zijn weg naar landen als België, Duitsland, Zweden, Spanje en zelfs naar Azië, Nieuw-Zeeland, Australië en Zuid-Amerika.

5-generaties-Kramer-Zuurkool

“Met zuurkool is het altijd wat! Is het niet met de kool, dan is het wel met het vat!’’ Piet herinnert zich deze woorden van zijn opa en hij kan ze beamen. Ondanks alle technologische ontwikkelingen blijft zuurkool maken een ambacht. Dat komt onder meer omdat Kramer’s Zuurkool nog altijd op de eeuwenoude, zuiver natuurlijke wijze wordt geproduceerd. Het fermentatieproces van kool naar zuurkool is een eenvoudig en spontaan proces, maar bij dit eeuwenoude procedé is wel specifieke begeleiding nodig. Die vakkennis bestaat voor een groot deel uit de ervaring die van vader op zoon wordt overgedragen. Daarnaast zijn de groei van de kool en de verkoop van de zuurkool elk jaar afhankelijk van de grillige Hollandse weerkaart. De wensen van de consument veranderen voortdurend, waardoor zuurkool nu in vele varianten en verpakkingen wordt aangeboden. Bovendien verwacht de klant dat het product aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet.

“Zo blijven we altijd in beweging. Elke dag weer moet het goed, moet het beter!” zegt Piet. “Zoals in de meeste familiebedrijven wordt de passie voor het bedrijf en voor het product, de kinderen met de paplepel ingegoten. Ik ben geboren in het originele pand. Waar nu het directiekantoor is, was vroeger de woonkamer van het hele gezin. Zodra je groot genoeg was om te helpen, werd je aan de een of andere klus gezet in de fabriek. Dan hoorde je erbij en daar genoot je van! En ik weet zeker dat de vijfde generatie er net zo over denkt”, glundert hij.

Vijfde generatie
In 2009 deed de vijfde generatie, in de persoon van Nick Kramer, zijn intrede in het familiebedrijf. Net als vader Piet en opa Nic was hij altijd in de buurt van zuurkool. Op zijn achtste mocht hij tijdens de schoolvakantie stickers plakken op de zuurkoolvaten en een paar jaar later nam hij, geheel volgens familieprotocol, plaats op de koolplantmachine. Als puber en student lagen Nick en zijn broers in de oktobervakantie en op herfstige zaterdagen op hun knieën op het land om te helpen bij de kooloogst. “De vier generaties vóór mij hebben een hele bijzondere prestatie geleverd”, zegt Nick. “Zij hebben ervoor gezorgd dat er een gezond bedrijf staat, in al zijn facetten. Samen met alle betrokken medewerkers, bij wie je diezelfde gedrevenheid en passie ziet en de voortdurende focus op kwaliteit. Daar heb ik diep respect voor!”